Wetgeving Goede Samaritaan
Delen
Wet Burgerlijk Recht (Diverse Bepalingen) 2011 DEEL 3 Goede Samaritaan, etc. Aansprakelijkheid voor nalatigheid van Goede Samaritanen, vrijwilligers en vrijwilligersorganisaties.
4.— De Wet inzake burgerlijke aansprakelijkheid 1961 wordt gewijzigd door de invoeging van het volgende Deel na Deel IV: “DEEL IVA Aansprakelijkheid voor Nalatigheid van Goede Samaritanen, Vrijwilligers en Vrijwilligersorganisaties Interpretatie (Deel IVA).
51A.— (1) In dit Deel—
- ‘noodsituatie’ omvat omstandigheden die ontstaan in verband met een feitelijk of dreigend ongeval;
- ‘goede Samaritaan’ betekent een persoon die, zonder verwachting van betaling of andere beloning, hulp, advies of zorg verleent aan een andere persoon in een noodsituatie, maar omvat niet een persoon die dit doet als vrijwilliger;
- ‘nalatigheid’ omvat niet de schending van een wettelijke plicht;
- ‘vrijwilligerswerk’ betekent elk werk of andere activiteit dat wordt uitgevoerd voor een van de volgende doeleinden:
- een charitatief doel in de zin van de Wet inzake charitatieve instellingen 2009;
- onverminderd de algemeenheid van paragraaf (a), het doel van het verlenen van hulp, advies of zorg in een noodsituatie of ter voorkoming van een noodsituatie;
- het doel van sport of recreatie;
- ‘vrijwilliger’ betekent een persoon die vrijwilligerswerk verricht dat is geautoriseerd door een vrijwilligersorganisatie en dit doet zonder verwachting van betaling (anders dan redelijke vergoeding van onkosten) of andere beloning;
- ‘vrijwilligersorganisatie’ betekent elke instantie (al dan niet rechtspersoonlijkheid bezittend) die niet is opgericht met winstoogmerk en die het verrichten van vrijwilligerswerk autoriseert, al dan niet als hoofddoel van de organisatie.
(2) Een verwijzing in dit Deel naar het verlenen van hulp, advies of zorg aan een persoon omvat een verwijzing naar een van de volgende activiteiten:
- (a) het toedienen van eerste hulp aan de persoon;
- (b) de behandeling van de persoon met behulp van een geautomatiseerde externe defibrillator;
- (c) het vervoer van de persoon van de plaats van een noodsituatie naar een ziekenhuis of andere plaats om ervoor te zorgen dat de persoon medische zorg ontvangt.
- (3) Niets in lid (2) heeft tot gevolg dat de aard van activiteiten die hulp, advies of zorg kunnen vormen voor de doeleinden van dit Deel wordt beperkt.
- Dit Deel is niet van toepassing op bestaande rechtsvorderingen.
- 51B.— Dit Deel is niet van toepassing op een rechtsvordering die is ontstaan vóór de inwerkingtreding van dit Deel.
- Dit Deel is niet van toepassing op verkeersongevallen op openbare plaatsen.
- 51C.— (1) Dit Deel is niet van toepassing met betrekking tot het nalatige gebruik van een mechanisch aangedreven voertuig op een openbare plaats.
- (2) In dit artikel heeft ‘mechanisch aangedreven voertuig’ dezelfde betekenis als in Deel VI van de Wegenverkeerswet 1961.
Bescherming van goede Samaritanen tegen aansprakelijkheid voor nalatigheid.
- 51D.— (1) Een goede Samaritaan is niet persoonlijk aansprakelijk voor nalatigheid voor een handeling verricht in een noodsituatie bij het verlenen van—
- (a) hulp, advies of zorg aan een persoon die—
- (i) in ernstig en onmiddellijk gevaar verkeert, of ogenschijnlijk in ernstig en onmiddellijk gevaar verkeert, om gewond te raken of verder gewond te raken,
- (ii) gewond is of ogenschijnlijk gewond is, of
- (iii) lijdt, of ogenschijnlijk lijdt, aan een ziekte,
of
- (b) advies per telefoon of via een ander communicatiemiddel aan een persoon (ongeacht of de persoon een persoon is die wordt genoemd in paragraaf (a)) die zich ter plaatse van de noodsituatie bevindt.
- (2) De bescherming tegen persoonlijke aansprakelijkheid die aan een goede samaritaan wordt verleend door lid (1) is van toepassing, zelfs indien de noodsituatie wordt veroorzaakt door een handeling van de goede samaritaan.
- (3) De bescherming tegen persoonlijke aansprakelijkheid die aan een goede samaritaan wordt verleend door lid (1) is niet van toepassing op—
- (a) een handeling verricht door de goede samaritaan te kwader trouw of met grove nalatigheid, of
- (b) een handeling verricht door de goede samaritaan bij het verlenen van hulp, advies of zorg in omstandigheden waarin de goede samaritaan een plicht heeft (al dan niet opgelegd door of krachtens enige wet of andere rechtsregel) om dergelijke hulp, advies of zorg te verlenen.
Bescherming van vrijwilligers tegen aansprakelijkheid voor nalatigheid.
- 51E.— (1) Een vrijwilliger is niet persoonlijk aansprakelijk voor nalatigheid voor een handeling verricht bij het uitvoeren van vrijwilligerswerk.
- (2) De bescherming tegen persoonlijke aansprakelijkheid die aan een vrijwilliger wordt verleend door lid (1) is niet van toepassing op een handeling verricht door de vrijwilliger indien—
- (a) de handeling door de vrijwilliger te kwader trouw of met grove nalatigheid is verricht, of
- (b) de vrijwilliger wist of redelijkerwijs had moeten weten dat de handeling—
- (i) buiten het bereik van het door de betreffende vrijwilligersorganisatie geautoriseerde vrijwilligerswerk viel, of
- (ii) in strijd was met de instructies van de betreffende vrijwilligersorganisatie.
- (3) Een overeenkomst, verbintenis of regeling heeft geen effect voor zover zij voorziet in een vrijwilliger die een vrijwilligersorganisatie vrijwaart tegen, of een bijdrage levert aan een vrijwilligersorganisatie met betrekking tot, een aansprakelijkheid die—
- (a) de vrijwilliger zou oplopen voor zijn of haar nalatigheid, ware het niet voor de toepassing van lid (1), en
- (b) de vrijwilligersorganisatie oploopt als gevolg van haar middellijke aansprakelijkheid voor die nalatigheid.
Bescherming naast enige andere bescherming krachtens andere wetgeving.
- 51F.— De bescherming tegen persoonlijke aansprakelijkheid die aan een goede samaritaan wordt verleend door artikel 51D of een vrijwilliger door artikel 51E is een aanvulling op elke bescherming tegen persoonlijke aansprakelijkheid die aan de goede samaritaan of vrijwilliger wordt verleend door of krachtens enige andere wet of rechtsregel.
Vrijwilligersorganisaties en zorgplicht.
- 51G.— (1) Dit artikel is van toepassing op procedures betreffende de aansprakelijkheid van een vrijwilligersorganisatie voor nalatigheid voortvloeiend uit activiteiten die door of namens de organisatie zijn uitgevoerd.
- (2) In procedures waarop dit artikel van toepassing is, zal een rechtbank bij het bepalen of de vrijwilligersorganisatie een zorgplicht jegens de eiser of een andere persoon had, overwegen of het rechtvaardig en redelijk zou zijn om te oordelen dat de organisatie een dergelijke plicht had, rekening houdend met het maatschappelijk nut van de betreffende activiteiten.
- (3) Niets in dit artikel heeft tot gevolg dat de zaken die een rechtbank in procedures waarop dit artikel van toepassing is, in overweging kan nemen bij het bepalen of een vrijwilligersorganisatie een zorgplicht jegens een eiser of andere persoon had, worden beperkt.”